Een ongelooflijke verbetering in de CR serie van Nakamichi

 

Dit is de Slick 50 bij de olie van uw Nakamichi! De machine loopt soepeler en merkbaar stiller. Het verbruik wordt drastisch verminderd en de lucht wordt schoner dan ooit. En varkens kunnen vliegen…..

 

 Een ‘modern’ cassettedeck van Nakamichi

 

Nakamichi heeft de naam de beste cassette decks te hebben gemaakt….tot de jaren 90! Daarna zijn de fameuze Japanse topproducten vervangen door minder bijzondere apparaten, waarvan de eenvoudiger typen ook noch eens buiten Japan in ‘goedkope landen’ werden gemaakt. De CR serie geldt als voorbeeld van moderne Nakamichi’s. Een serie met standaard mankementen, dat wel! (gelukkig niets nieuws onder de zon)

 

Mijn eerste ervaring trof een CR1 waarvan de vorige eigenaar meldde dat het apparaat niet meer werkte. Hij deed het van de hand voor een minimum prijs. Het exemplaar was incompleet, uiterlijk in matige staat en traditiegetrouw erg stoffig. Op de netspanning aangesloten liet de CR1 wat lampjes branden, maar daar bleef het bij.

 

Bij nader onderzoek ontdekte ik in het loopwerk de moderne variant van het commandowiel uit de klassieke grote loopwerken. Het commandowiel in dit apparaat is ineengeschrompeld tot een klein torentje met vier verdiepingen, aangedreven door een motor met wormwieltje. Er is geen aandrijving met een snaar meer. Dit is op zich best een verbetering, want het slippen van de snaar is een veel voorkomend euvel bij de klassieke versie van de commando aansturing. Dat is dus geen probleem bij deze moderne Nakamichi. Bij het modernere commandowiel wordt geen potentiometer gebruikt om de juiste stand van het commandowiel terug te koppelen, maar in plaats daarvan dienen drie schakelaartjes die gestuurd worden door drie verdiepingen van de toren. Dit is ook een verbetering, want de extra complexiteit van de afregeling van de verschillende bandloop-functies kan achterwege blijven. De onnauwkeurigheid van de potentiometer maakte dit voorheen noodzakelijk.

 

 

Dit simpele en uitgekiende mechaniekje staat eigenlijk borg voor probleemloze sturing van de transportfuncties. En toch school de oorzaak van het feilen van de CR1 juist in dit mechaniek. Met enig loswrikken kon ik de commandotoren (hmmm, wie weet een beter woord?) ineens in beweging krijgen en zowaar begon de CR1 te spelen. Simpel, kast dicht en spelen maar.

 

Korte duur

Na enkele weken gebruik verdween de CR1 in de verzameling en wordt verder onregelmatig en weinig gebruikt. Na een rustperiode weigert het apparaat echter opnieuw. Loswrikken van de commandotoren werkt dan wel weer, maar het aandrijfmotortje lijkt steeds vaker te haperen. Na openen van het motortje kon ik geen probleem ontdekken, dus ik ging op zoek naar een nieuw motortje.

 

Via een gelukstreffer vond ik wat motortjes in een bakje bij DIL elektronica in Rotterdam zuid. DIL levert normaliter geen elektromotortjes maar bij wijze van uitzondering was er dit keer een aanbieding. Weliswaar was dat betreffende motortje een slagje groter en belastbaar met 6 volt in plaats van de 10 volt die Nakamichi in de CR1 toepast. Maar ik vond het een poging waard om te proberen.

Het motortje wordt slechts met korte pulsen gebruikt om functies in en uit te schakelen en zal daarom niet ineens doorbranden met de hogere spanning van 10 volt. En met enige aanpassingen moet het motortje met z’n iets grotere omvang wel te monteren zijn, bedacht ik. De rond het originele motortje gewikkelde schild van mumetaal doet de omvang iets toenemen. Het gedeeltelijk weglaten van een laag mumetaal geeft extra speelruimte voor het nieuwe motortje. De montageboutjes van het originele motortje zijn minuscuul en niet bruikbaar voor het nieuwe motortje. De boutjes waarmee het nieuwe motortje wordt vastgezet heb ik afgevijld om geen contact met de draaiende delen te laten maken.

 

En daarna volgde inbouw in de CR1. Om het motortje te wisselen moet nogal wat worden losgehaald in deze machine. Het Schetsplaatje waarop de motor is gemonteerd zit namelijk zowel achter op het loopwerk gemonteerd als voorin het cassette compartiment. Beide kanten moeten gedeeltelijk worden gedemonteerd met kleine boutjes en een kogeltje.

 

Ongelooflijke verbetering

Het nieuwe motortje liep op de 10 volt zelfs wat rustiger en langzamer dan het origineel. Het maakt zeker geen ‘overspannen’ indruk en voelt robuuster aan dan het origineel. Dit resulteert in een stiller wisselen van de bandloop functies en het soepel, maar iets trager, bedienen van de koppen en aandrukrol. Ik moest onwillekeurig denken aan de reclame slogans voor motorolie waarvan wonderen verwacht moeten worden, in de trend van het begin van dit artikel. Met die olie heb ik nooit wonderen kunnen waarnemen, en ook dit keer verscheen geen goede fee.

 

Maar het apparaat werkt wel en is ook weer betrouwbaar.

 

 

 

 

Voor herhaling vatbaar

 Ondanks dat er geen wonderen zijn te verwachten is het wel voor herhaling vatbaar. Deze commandomotor valt vaker uit en zal in vele modernere Nakamichi’s uiteindelijk de geest geven, want dit type motortje wordt ook in andere Nakamichi cassettedecks toegepast. Zo ook een CR4 in de verzameling die hapert en tevens een RX202. Dit commandomotortje wordt voor zover mij bekend is toegepast in de modellen CR2, CR3 en CR4. De CR5 en CR7 heb ik nog niet onder handen gehad en zijn wellicht anders opgebouwd. Deze machines zijn wel in Japan geassembleerd. Misschien met een betere motor? In De RX202 wordt hetzelfde loopwerk met twee koppen gebruikt als in de CR1 en CR2, alleen ondersteboven opgesteld. Hierin zit precies dezelfde opstelling van de commandotoren en wordt hetzelfde motortje toegepast, zoals is te zien op de volgende foto’s.

   

 

Om toekomstig falende apparaten uit deze serie te kunnen repareren voldoet een kleine voorraad reserve motoren die ik bij DIL heb weggehaald. De bovenstaande RX202 heeft een motortransplantatie ondergaan en speelt weer probleemloos. Een volgende gegadigde was aan een motorvervanging toe, namelijk de CR4. Weliswaar is het loopwerk van de CR4 anders opgebouwd omdat deze driekopsmachine een tweetal vliegwielen achter het dubbel kaapstander loopwerk heeft geplaatst. Ook de toegenomen omvang van de vliegwielen laten minder ruimte over voor de commandomotor. De commandomotor en de commandotoren zijn echter hetzelfde, maar anders opgesteld achter het loopwerk.

 

Eén van de gevolgen is dat het montage frame spiegelbeeldig is vormgegeven. Ook zijn de afmetingen iets afwijkend. De foto hierbij toont twee montageframes, links die uit een CR1 met al uitgeboorde montage gaten en rechts het origineel uit de CR4.

 

Het tweede gevolg van de andere opstelling van de commandomotor in de CR4 is een kleinere toebemeten plek. En dat vergt extra aandacht want de grotere vervangingsmotor past eigenlijk net niet in de plaats van het originele motortje. Op de plaats van de rode cirkel is de geringe ruimte te zien tussen de originele, wat kleinere motor en het hoofdframe van het loopwerk. De grotere vervangingsmotor drukt tegen het frame van het loopwerk waardoor het niet helemaal recht op de bedoelde plek terechtkomt. Dit hoofdframe is robuust genoeg om er een klein stukje af te veilen op de bewuste plek waardoor het motortje helemaal evenwijdig te plaatsen is.

 

Het resultaat is een iets verder gevulde ruimte maar het past en werkt perfect. Let overigens op de omvang van het hoofdvliegwiel, dat heel goed zichtbaar is nu de commando unit is weggenomen. Dit vliegwiel wordt overigens direct aangedreven en is feitelijk het anker van de vliegwielmotor zelf. Een prachtige constructie.

 

Foto: CammotorReplaceKwartMark.jpg

 

Het eindresultaat toont het motortje dat in de frames met weggeveilde ruimte is teruggeplaatst. Het motortje werkt in de CR4 overigens op 5,6 volt, duidelijk lager dan in de CR1. En dus resulteert dit in een zijdezacht en stil wisselen van de bandloop functies. De slick 50 behandeling maakt van de CR4 een klasse apparaat…..  en wonderen gebeuren echt…..

Zonder gekheid is de CR4 een schitterende machine en kan weer een tweede leven tegemoet zien. De vliegwielen heb ik al genoemd als voorbeeld van de constructieve kwaliteit. De koperen bekleding van de binnenkant van de kast en de uitrusting waarmee bias en opnameniveau volledig instelbaar zijn vormen andere kwaliteitskenmerken. De klank van dit apparaat is zo strak als je van een cassette kunt krijgen en de klank mist weinig ruimte en doortekening ten opzichte van de bron. Topklank op het niveau van de besten.